Seite drucken

Hoe verloopt de operatie?

De narcose

De operatie kan zowel onder volledige narcose als onder plaatselijke verdoving (ruggenprik) worden uitgevoerd. Beide methoden hebben voordelen: een volledige narcose leidt tot betere ontspanning van de spieren, wat belangrijk is voor de operatie. Plaatselijke verdoving beïnvloedt de algemene toestand van de patiënt minder dan een volledige narcose. Welke methode wordt toegepast, is afhankelijk van individuele factoren – de beslissing hierover wordt binnen het kader van het voorlichtingsgesprek samen met de anesthesist genomen en de patiënt krijgt hierover voorlichting.
De totale ingreep duurt in de regel ongeveer 45 tot 120 minuten.

Begin van de operatie

Nadat de narcose is gaan werken, wordt de patiënt in rugligging of op zijn zij op de operatietafel gelegd. Vervolgens wordt het been dat geopereerd moet worden, gedesinfecteerd en steriel afgedekt.
Nu brengt de chirurg een incisie van zo’n 20 cm aan aan de buitenkant van het dijbeen. Het onderliggend weefsel wordt opzij geschoven en het heupgewricht wordt blootgelegd. Zo heeft de chirurg goed zicht op alle delen van het heupgewricht.
Dan zaagt de chirurg de dijbeenhals door en verwijdert de beschadigde heupkop.
Vraag: Wat is het verschil tussen standaardmethode en minimaal-invasieve operatietechniek?
De lengte van de incisie verschilt individueel en ligt bij een standaard-heupprotheseoperatie ongeveer tussen de 10 en 30 cm. Daardoor heeft de chirurg weliswaar optimaal overzicht over het operatieveld, maar de genezingsfase duurt langer, omdat er meer weefsel aan elkaar moet groeien.
Daarom zijn er de afgelopen jaren steeds meer minimaal-invasieve operatietechnieken ontwikkeld. Daarbij is niet alleen de incisie korter (8 tot 10 cm), maar ook worden bij de operatie alle andere structuren zoals spieren en gewrichtsbanden zo veel mogelijk ontzien. Weliswaar wordt de genezingsfase hierdoor korter, maar deze operatiemethode is niet voor iedere patiënt geschikt. Laat u zich hierover adviseren door uw behandelend arts.

Vervanging van de heupkom

Vervolgens bereidt de chirurg de heupkom voor voor het plaatsen van de prothesekom: daarvoor freest hij de versleten heupkom uit, om het beschadigde kraakbeen te verwijderen en plaats te maken voor de prothesekom. Deze wordt daarna in het bekkenbot gezet, waarbij de chirurg erop moet letten dat hij in de juiste positie komt te zitten. Er zijn verschillende mogelijkheden om de kunstmatige heupkom stevig in het bot te verankeren: hij kan in het bot vastgeklemd, vastgeschroefd of met botcement stevig met het bot verbonden worden.
→ Hoe wordt de heupprothese bevestigd?