Seite drucken

Welke complicaties kunnen er optreden?

Aan elke operatie zijn risico’s verbonden – ook bij de heupprotheseoperatie kunnen complicaties optreden. Meestal spreken de voordelen echter voor een operatieve ingreep: patiënten krijgen na de heupprotheseoperatie immers doorgaans een groot stuk kwaliteit van leven terug.

Verwonding van aangrenzende structuren

Zoals bij elke operatie kunnen ook bij de vervanging van een heupgewricht aangrenzende structuren beschadigd raken. Hierbij zijn vooral belangrijke zenuwen van betekenis, zoals de ischiaszenuw en de femoraliszenuw. De chirurg zal daarom vooral op deze twee zenuwstructuren letten.

Botbeschadiging

Tijdens de operatie kan in zeldzame gevallen het dijbeen- of bekkenbot beschadigd raken. Afhankelijk van de botkwaliteit en de zorgvuldigheid van de chirurg kunnen er fijne haarscheurtjes in het bot optreden, maar ook grotere botbreuken. Hierdoor kunnen onder bepaalde omstandigheden verdere operatieve stabiliseringsmaatregelen nodig zijn, in die gevallen wordt ook de nabehandelingstijd langer.

Nabloeding en bloeduitstorting

Direct na de operatie kunnen er nabloedingen en bloeduitstortingen in het wondgebied optreden. Daarom worden er meestal kleine slangetjes, zogenaamde redondrainages, in de wond geplaatst, via welke wondsecreet en bloed kunnen worden afgevoerd. Deze kunnen na twee tot drie dagen worden verwijderd.

Trombose en embolie

Onder trombose wordt de vorming van een bloedprop in een bloedvat verstaan. Daarvan kunnen kleine stukjes losraken, waardoor bloedvaten in de longen verstopt kunnen raken (embolie). Bij operatieve ingrepen wordt de kans op trombose met name verhoogd door de bedlegerigheid. Daarom worden er maatregelen getroffen om trombose te voorkomen, daartoe behoren bijvoorbeeld anti-trombose-spuiten en spataderkousen.

Verstoring van de wondgenezing

Naast de incisie moeten ook de onderliggende weefselstructuren weer aan elkaar groeien. Hierbij kan het tot een zogenaamde verstoring van de wondgenezing komen, wat gepaard kan gaan met hevige pijn of ontstekingen,
en het kan langer duren voordat de wond gesloten is.

Infectie

Voor en na een operatie bestaat er verhoogde kans dat er infecties optreden. Daarom wordt er tegenwoordig bij een heupprotheseoperatie meestal botcement gebruikt, waaraan een antibioticum is toegevoegd. Dit kan een mogelijke infectie van de prothese verhinderen.
Vraag: Kunnen andere infecties in het lichaam overslaan op de prothese?
Bacteriële infecties kunnen zich via de bloedsomloop verspreiden en op die manier ook het kunstgewricht bereiken, waar ze een ontsteking kunnen veroorzaken. Iedere drager van een prothese loopt zodoende verhoogde kans op een prothese-infectie bij eigenlijk „basale“ infecties zoals een blaas-, tandwortel- of voorhoofdsholteontsteking. Daarom dient hij bij tekenen van een infectie naar zijn huisarts te gaan; want meestal moet in die gevallen met antibiotica worden voorkomen dat de bacteriën zich gaan verspreiden.

Periarticulaire ossificatie

Daaronder worden verkalkingshaarden in het weefsel rondom de heupprothese verstaan, die zich weken tot maanden na de operatie kunnen vormen. Ze leiden tot pijn en beperking van de bewegingsvrijheid – klachten die door de vervanging van het heupgewricht eigenlijk verholpen hadden moeten worden. Door het toedienen van bepaalde ontstekingsremmers, zoals indomethacine, diclofenac of ibuprofen, kan periarticulaire ossificatie worden tegengegaan. Als alternatief kan het geopereerde heupgewricht uit voorzorg en ook voor therapeutische doeleinden worden bestraald.

Luxatie van de prothese

Bepaalde bewegingen of een val kunnen ertoe leiden dat de dijbeenkop uit de heupkom schiet – het gewricht is uit de kom. Daarbij treedt hevige pijn op en de heup kan nauwelijks worden bewogen.
Omdat het zetten van het heupgewricht een pijnlijke aangelegenheid is, gebeurt dit meestal onder narcose.

Vroegtijdig loslaten van de prothese

Door een infectie of door mechanische problemen kan de prothese in zeldzame gevallen al na een paar weken tot maanden na de heupprotheseoperatie loslaten in het bot. Dit uit zich door pijn en een beperking van de bewegingsvrijheid, deels ook door symptomen van een ontsteking, zoals koorts en uitputtingsverschijnselen.
Antibiotica helpen tegen de infectie, maar meestal moet de defecte heupprothese worden vervangen door een nieuwe (vervangingsoperatie).
Vraag: Hoe lang kan een heupprothese in het lichaam blijven?
Over het algemeen is de levensduur van elke heupprothese beperkt – in de regel bedraagt deze zo’n 15 jaar, maar een prothese kan het ook 20 jaar en langer volhouden in het lichaam van de mens. Door mechanische slijtage laat uiteindelijk de verankering los, wat voor klachten zorgt; er kunnen pijn en een beperking van de bewegingsvrijheid optreden. Dan wordt een zogenaamde vervangingsoperatie uitgevoerd, waarbij de versleten prothese wordt vervangen door een nieuwe.