De eerste dagen na de operatie
Al vanaf de eerste dag na de operatie wordt u door een fysiotherapeut gemobiliseerd. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van een zogenaamde knie-motorschiene, waarop het geopereerde kniegewricht automatisch heen en weer wordt bewogen.
In het verdere verloop leert u van uw fysiotherapeut, welke bewegingen u op welke manier kunt maken. Daarnaast zal de fysiotherapeut iedere dag met u oefenen – alledaagse bewegingen zoals opstaan, gaan zitten, lopen en traplopen staan daarbij op het programma. Door fysiotherapeutische oefeningen worden spieropbouw, coördinatie en beweeglijkheid gestimuleerd.
Tromboseprofylaxe
Om een trombose of embolie te voorkomen, wordt het geopereerde been zes weken lang voorzien van een spataderkous of een bandage. Daarna kunt u uw been doorgaans weer volledig belasten en heeft u bij het lopen ook geen hulpmiddelen meer nodig.
Revalidatie
Meestal volgt op het verblijf in het ziekenhuis een revalidatie van een aantal weken. Deze kan ambulant bij u thuis plaatsvinden of in een revalidatiekliniek.
Aangezien de knieprotheseoperatie in de meeste gevallen een zogenaamde selectieve ingreep is, kunt u al voor of uiterlijk kort na de operatie de aard en de plaats van de revalidatie bespreken met uw arts. Deze zal alle details met u doornemen en de bijbehorende aanvraagformulieren invullen. Voor een deel dient u daarvoor ook informatie in te winnen bij uw ziektekostenverzekering.
Ook wanneer de revalidatie ten einde is, moet u thuis consequent verdergaan met de geleerde oefeningen!
Naonderzoeken
In de tijd na een knieprotheseoperatie dient u met regelmatige, vastgelegde tussenpozen een bezoek te brengen aan uw arts voor naonderzoeken. Hij zal het kniegewricht klinisch beoordelen en zorgen voor een röntgenonderzoek. Daardoor kan hij eventuele complicaties, die ook kunnen optreden zonder dat u klachten heeft, in een vroeg stadium herkennen en behandelen. Hierbij wordt u ondersteund door de prothesepas.