Verloop van de schouderartrose
In een gezond schoudergewricht vormt het gewrichtskraakbeen een glad oppervlak dat de gewrichtsoppervlakken tegen wrijving beschermt. Bij de schouderartrose verliest het gewrichtskraakbeen eerst ongemerkt zijn elasticiteit, op de plaatsen met de grootste belasting wordt het ruw en slijt in het verdere verloop helemaal af. Nu wrijven de botvormige gewrichtsoppervlakken tegen elkaar, wat uiteindelijk kan leiden tot een vervorming van bovenarmkop en schouderkom.
Pijn en beperking van de bewegingsvrijheid
Wanneer gewrichtsoppervlakken zonder beschermende kraakbeenlaag over elkaar heen schuren, dan voelt de patiënt pijn, eerst alleen bij belasting, in het verdere verloop steeds meer ook in rust, vooral ’s nachts. Veel patiënten klagen over gevoeligheid voor kou en over knarsen en schuren in hun schouder.
Het schoudergewricht kan steeds minder goed worden bewogen – tot het uiteindelijk helemaal stijf wordt. Gevolg is dat mensen een houding aannemen om het gewricht te ontzien, wat weer leidt tot verkrampte spieren en pijn in andere delen van het lichaam, zoals nek of rug.
Aangezien het schoudergewricht een wezenlijke functie heeft – met name bij alledaagse activiteiten zoals tillen en dragen, ondervinden patiënten steeds meer beperkingen in het dagelijks leven en in hun kwaliteit van leven. Alleen al het aan- en uittrekken van een jas, het inschenken van een glas of het tandenpoetsen kan tot een last worden.